In het midden van nergens is een winkeltje. Mét vers brood in het assortiment. Het zekere voor het onzekere nemend vraag ik Hem vrijdag vast naar de openingstijden op zondag. Hij zegt “tien uur” maar voegt er geruststellend aan toe dat Hij er om negen uur altijd al wel is.
Op zaterdag vraag ik Hem, niets aan het toeval over latend, hoe laat op zondag het verse brood komt.
– “Ongeveer half tien,” zegt Hij.
Zondag vijf voor half tien hoor ik binnen stemmen. Kort nadat ik vergeefs geprobeerd heb de deur te openen komt Hij naar buiten en kijkt me vragend aan.
– “I am waiting for the bread,” zeg ik.
Hij zegt dat het elk moment kan komen. Als op de rotonde een wit busje aan komt rijden roept Hij meelevend:
– “Ah, see – there it is allready!”
In een fris IJslands zonnetje geniet ik voor de winkel van het wijdse vulkaanlandschap om mij heen terwijl de bakster een aantal kratten met vers brood naar binnen draagt.
Zeer verguld weer met mijn grondige voorbereiding die het mogelijk maakt ons in den vreemde zelfs op zondag van een niet al te laat vers ontbijt te voorzien ga ik om iets over half tien de winkel binnen. Ik kies twee geurende broden uit en leg ze voor Hem op de toonbank. Hij kijkt me gezaghebbend aan en zegt:
– “On sunday we are open from ten o’ clock. Sorry.”