Bij indrukwekkende waterval nummer zoveel is een houten kaffihús. Mijn neus wordt bij binnengaan getrokken naar de tomato based vegeatable soup die me verleidelijk toegeurt vantussen de uitgestalde etenswaren op de buffettafel. Om te voorkomen dat onnodig wachtend in de rij mijn soep koud wordt, vraag ik aan zij-van-achter-de-kassa of ik eerst moet betalen en dan opscheppen of andersom. Zij-van-achter-de kassa zegt op een toon die ten minste énig genoegen in dominantie verraadt:
– “First you eat, than you pay.”
– “So we eat. When we leave we tell you what we have eaten. And then we pay you what we tell you we have eaten.” Ik neem in IJsland geen enkel risico meer in de zakelijke communicatie met de inheemse bevolking.
– “Yes,” zegt zij-van-achter-de-kassa. ”And don’t overload your plate. Just go back for a free refill.”
Geraakt door een land met zoveel vertrouwen in zelfs de uitheemse medemens schep ik mijn soup op en ga vervolgens op zouk naar bestek.
– “You have a spoon?” roep ik na een grondige speurtocht uiteindelijk de rij voorbij richting zij-van-achter-de-kassa. Mijn snel afkoelende bord tomato based vegeatable soup steeds instabieler in de handen.
Met in haar stem nu onmiskenbaar vijftig tonen grijs antwoordt ze:
– “Yes. You get one after you have paid.”